Contactzones: lopend of stoppend
Two-on two-off of een running contact? De voor- en nadelen van elke methode voor schutting, loopplank en wip, en hoe je de juiste kiest voor jouw hond.
Weinig onderwerpen verdelen agilitytrainers zo sterk als contactzones. Moet je hond onderaan de loopplank stoppen en wachten tot je hem vrijgeeft, of op volle snelheid recht door de gele zone lopen? Met beide aanpakken worden kampioenschappen gewonnen. Het juiste antwoord hangt af van je hond, je handling en hoeveel tijd je in training kunt steken.
Wat het reglement vraagt
Volgens het FCI-reglement hebben de schutting, de loopplank en de wip gekleurde contactzones onderaan elke helling: 106 cm op de schutting en 90 cm op de loopplank en de wip. De hond moet de afloopzone raken met minstens één poot of een deel van een poot; op de wip moet hij zowel de oploop- als de afloopzone raken. Een gemist contact kost 5 fouten. (Zie Het FCI-agilityreglement uitgelegd.)
Keurmeesters kijken naar de contactzone wanneer de hond het toestel verlaat. Een hond die van het midden van de helling naar de grond springt, mist ze. Omdat contactfouten zo vaak voorkomen, en zo duur zijn in een sport waar honderdsten van een seconde tellen, trainen de meeste handlers een specifiek contactgedrag.
Stoppende contacten
De hond loopt de helling af en stopt in een vaste positie tot hij wordt vrijgegeven.
Two-on, two-off (2o2o)
Het populairste stoppende contact: achterpoten op het einde van de helling, voorpoten op de grond, de neus vaak vooruit gericht of naar de grond als target.
Voordelen:
- Heel duidelijke criteria voor de hond: hij staat in positie of niet.
- Voor de meeste handlers makkelijker aan te leren en te onderhouden.
- Geeft de handler tijd om naar de volgende positie te gaan (handig voor tragere handlers).
- Betrouwbaar onder wedstrijddruk.
Nadelen:
- Trager: het stoppen en vrijgeven kost doorgaans een seconde of meer per contact.
- Stoppen op een steile afdaling belast de schouders en voorpoten.
- Sommige honden kruipen of geven zichzelf vrij op wedstrijden, waar je het gedrag niet kunt belonen of corrigeren.
Vier poten op de grond en liggen/zitten op de helling
Sommige handlers laten de hond van de helling lopen en stoppen met alle vier de poten op de grond, of laten hem liggen in de contactzone (vaak op de schutting en bij kleine honden). Het principe is hetzelfde.
Een 2o2o aanleren, in het kort
- Leer de positie thuis aan op een lage plank of trede: achterpoten erop, voorpoten eraf.
- Voeg eventueel een neustarget toe.
- Werk met back-chaining: begin met de hond vlak bij het einde van de plank, dan geleidelijk hoger.
- Ga over naar een verlaagde loopplank of schutting en verhoog die geleidelijk.
- Voeg afleiding toe: jij die voorbij loopt, jij die stopt, speeltjes die vooruit gegooid worden.
- Geef altijd vrij met een duidelijk woord. Laat de hond nooit zelf beslissen.
Lopende contacten
De hond loopt op volle snelheid door de contactzone zonder te stoppen en raakt de zone met zijn pas. Vlaamse handlers spreken meestal van een running contact.
Voordelen:
- Sneller, soms enkele seconden over een volledig parcours.
- Geen hard remmen op de afdaling, wat sommigen beter vinden voor het lichaam van de hond.
- Handlers moeten niet wachten; de hond loopt door.
Nadelen:
- Moeilijker en langer om aan te leren. Een lopende loopplank kan een jaar of meer duren.
- De criteria zijn minder duidelijk voor de hond (het gaat om pas, niet om positie).
- Kan onder wedstrijdopwinding afbrokkelen, en is moeilijk te onderhouden zonder trainingshulpmiddelen.
- De pas van niet elke hond is er geschikt voor, zeker op de loopplank.
Hoe lopende contacten aangeleerd worden
De meeste methodes leren de hond een specifieke pas aan te houden en het einde van de helling te raken. Meestal begin je op een platte plank op de grond en bouw je snelheid op voor je de plank geleidelijk verhoogt. Hulpmiddelen zijn onder meer hoepels onderaan de helling, vooruit gegooide speeltjes of videoanalyse om de voetplaatsing te controleren. Op de schutting, waar de zone langer is, passen veel honden hun pas vanzelf aan, dus lopende schuttingen zijn gebruikelijk, zelfs bij teams met een stoppende loopplank.
De wip: een speciaal geval
Omdat de wip beweegt en de grond moet raken voor de hond eraf gaat, is een running contact op volle snelheid niet op dezelfde manier mogelijk. De meeste honden rijden ofwel mee met de plank tot op de grond in een 2o2o-positie, ofwel kiezen ze een "raket"-stijl: tot het einde lopen en laag met het gewicht meerijden naar beneden. Wat je ook kiest, veiligheid gaat voor: de hond moet zich zeker voelen met de beweging en het lawaai.
Gemengde oplossingen
Veel topteams combineren methodes:
- Lopende schutting, stoppende loopplank.
- Lopende contacten op beide, met een stop op de wip.
- 2o2o in de eerste wedstrijdjaren en later overschakelen naar lopende contacten (of omgekeerd).
Hoe kies je?
| Vraag | Eerder stoppend | Eerder lopend |
|---|---|---|
| Hoeveel trainingstijd heb je? | Beperkt | Veel |
| Hoe snel is je hond in vergelijking met jou? | Veel sneller | Je kunt volgen, of je rekent op afstandsvaardigheden |
| Hoe gaat je hond om met opwinding? | Raakt overprikkeld | Blijft bedachtzaam |
| Ambitie? | Constant foutloze rondes | Elke honderdste telt |
| Lichaam | Robuust, compact | Voorzichtig met belasting van de schouders |
Er is geen fout antwoord. Praat met je trainer, kijk naar je hond en kies één methode om grondig te trainen. Heen en weer wisselen is de zekerste manier om je hond in de war te brengen.
Contacten onderhouden op wedstrijden
- Wees consequent. Als je op een wedstrijd een verbroken positie aanvaardt, leert je hond dat de regels daar anders zijn.
- Train op veel plaatsen. Ander materiaal, andere ondergronden en omgevingen.
- Maak het bestand tegen jouw beweging. De moeilijkste test is een handler die op volle snelheid langs het contact loopt.
- Gebruik fun- of oefenruns waar die aangeboden worden. Op sommige evenementen, in België en in het buitenland, zijn er runs buiten de officiële klassen waarin je in de ring gedrag mag belonen of bijsturen. Vraag het aan je club of bekijk de aankondigingen van de organisatie waarin je wedstrijden loopt, zoals VOE of DSAB.