Puppybasis voor toekomstige agilityhonden

Je pup is te jong om te springen, maar niet te jong om te leren. Deze veilige, leuke basisoefeningen bouwen de drive, het lichaamsbewustzijn en de focus op die een goede agilityhond maken.

DelenSharePartager
Een jonge hond krijgt een snoepje uit de hand tijdens een training
Foto: Ayla Verschueren / Unsplash

De beste agilityhonden worden gemaakt lang voor ze ooit een sprong op volle hoogte zien. Het eerste levensjaar van een pup is het ideale moment om de vaardigheden op te bouwen die er het meest toe doen: graag met jou samenwerken, zelfvertrouwen, lichaamsbewustzijn en focus. Daar komt geen springen of materiaal aan te pas. Sterker nog: de groeiende gewrichten van een jonge hond moeten beschermd worden tegen de onderdelen van de sport met veel impact.

In dit artikel lees je wat je wel en niet doet met een toekomstige agilityster.

Wat je nog niet doet

De botten van een pup groeien vanuit zachte groeischijven aan de uiteinden van de lange botten. Die sluiten geleidelijk, vaak rond 12 maanden bij kleine rassen en tot 18 maanden bij grote rassen. Tot dan:

  • Geen sprongen op volle hoogte en geen herhaaldelijk springen, zelfs niet laag.
  • Geen volledige schutting, loopplank of wip op wedstrijdhoogte.
  • Geen slalom drillen. Het buigen en de herhaling belasten een jonge rug.
  • Geen lange, opgelegde inspanning zoals naast de fiets lopen.
  • Geen gladde ondergrond voor snel spel.

Vraag je dierenarts wanneer je hond uitgegroeid is. Twijfel je, wacht dan. Een paar maanden geduld is een kleine prijs voor een hond die tot op hoge leeftijd gezond blijft.

Basis 1: Spel en motivatie

Agility draait op motivatie. Een hond die graag met jou speelt, kun je overal en snel belonen.

  • Trekspel: speel korte, spannende trekspelletjes. Laat de pup vaak winnen.
  • Loslaten op signaal: leer de pup het speeltje los te laten (ruil het voor een snoepje of een tweede speeltje), zodat het spel onder controle blijft.
  • Wisselen van beloning: beloon je pup met het speeltje, dan met voer, dan weer met het speeltje, zodat hij van beide leert genieten.
  • Persoonlijk spel: achter jou aan rennen, renspelletjes en lof. Niet elke beloning hoeft een voorwerp te zijn.

Hou de sessies kort en stop terwijl de pup nog meer wil.

Basis 2: Focus en impulscontrole

  • Naamspel: zeg de naam van je pup en beloon oogcontact. Bouw het op tot je het met afleiding kunt doen.
  • It's Yer Choice: sluit je hand met snoepjes erin; open ze wanneer de pup terugdeinst. De pup leert dat zelfbeheersing beloond wordt.
  • Startblijf (babyversie): een korte zit of af, één stap weg, terugkomen en belonen. Bouw afstand en opwinding geleidelijk op.
  • Vrijgavewoord: kies een woord zoals "oké" of "go" dat de blijf beëindigt. Laat de pup nooit zonder dat woord vertrekken.

Deze oefeningen worden je startlijn en je vermogen om in een drukke omgeving wedstrijden te lopen.

Basis 3: Lichaamsbewustzijn

Honden die weten waar hun poten zijn, springen veiliger en hebben betere contacten.

  • Ladderwandeling: leg een ladder plat op de grond en lok de pup er langzaam doorheen.
  • Perchwerk: voorpoten op een laag, stabiel platform; beloon de pup als hij zijn achterpoten in een cirkel rond beweegt. Zo leert hij zijn achterhand kennen.
  • Cavaletti op de grond: latten plat op de grond, op de pasafstand van de pup, stappend en dravend genomen (niet gesprongen).
  • Wiebelplank: een heel lage plank die een beetje beweegt. Dit is uitstekende voorbereiding op de wip. Laat de pup zelf aanbieden om erop te stappen en beloon veel.
  • Achteruitlopen: leer de pup achteruit te stappen in een smalle gang.
  • Pootjes in de doos: beloon de pup als hij met alle vier de poten in een kartonnen doos stapt.

Basis 4: Handlingspelletjes

  • Handtarget: met de neus je hand aanraken, aan beide kanten.
  • Volgen: wandel en jog daarna in bochten terwijl de pup je hand volgt aan je linkerkant, dan aan je rechterkant.
  • Rondjes: stuur de pup rond een pion of emmer, zowel met de klok mee als tegen de klok in.
  • Draaien op signaal: voeg aparte woorden toe voor links en rechts draaien (veel mensen gebruiken "check" en "wrap", of "links" en "rechts").
  • Terugroepen naar de volgpositie: roep de pup naar je linker- en naar je rechterkant.
  • Front cross-spel: wandel met de pup aan je linkerkant, draai naar hem toe en blijf bewegen, zodat hij aan je rechterkant uitkomt. Beloon hem als hij bij je blijft.

Basis 5: Minitoestellen

Sommige dingen zijn met mate veilig voor pups:

  • Korte, rechte tunnel: samengeschoven, zodat de pup erdoor kan kijken. Maak er een leuk spel van.
  • Lat op de grond: stappen of draven over een lat die plat ligt.
  • Platte plank: een plank op de grond om over te lopen, als voorbereiding op de loopplank.
  • Two-on, two-off (2o2o): voorpoten op de grond en achterpoten op een lage plank, en die positie belonen. Dit is de basis van stoppende contacten.
  • Kanaalslalom: als je club akkoord gaat, wijd uit elkaar gezette palen waar de pup gewoon doorheen loopt. Zonder buigen.

Basis 6: Socialisatie en zelfvertrouwen

Een agilitywedstrijd is lawaaierig en druk: blaffende honden, luidsprekers, tenten, veel volk. Bereid je pup er rustig op voor:

  • Neem hem mee naar een paar trainingen of wedstrijden, gewoon om te kijken, met veel snoepjes en spel.
  • Oefen eten en spelen op nieuwe plaatsen.
  • Laat hem wennen aan vastgenomen, gemeten en aangeraakt worden door vreemden (handig voor de dierenartscontrole en de meting).
  • Laat hem van op afstand kennismaken met geluiden zoals kletterende latten en de klap van een wip, gekoppeld aan leuke dingen.
  • Leer de pup te ontspannen in een bench of op een matje. Op wedstrijddagen is er veel wachten.

Een voorbeeldweek

Dag Sessie (telkens 5–10 minuten)
Ma Trekspel en loslaten, naamspel
Di Perchwerk, handtargets aan beide kanten
Wo Rust of een wandeling op een nieuwe plek
Do Ladderwandeling, rondjes rond een pion
Vr Startblijf, vrijgavewoord, trekspel als beloning
Za Een club of wedstrijd bezoeken, kijken en spelen
Zo Wiebelplank, two-on two-off op een lage plank

Wanneer begin je met "echte" agility?

De meeste clubs verwelkomen jonge honden in een puppy- of basisgroep en beginnen vanaf ongeveer 12 maanden geleidelijk met echte toestellen, met hoogtes aangepast aan de ontwikkeling van de hond. Volwaardige wedstrijdtraining volgt normaal pas als de hond uitgegroeid is. Ben je zover, dan gaat onze gids Beginnen met agility met je hond verder waar deze ophoudt.

In België staan officiële agilitywedstrijden onder VOE en KKUSH open vanaf 18 maanden, en elke organisatie, ook DSAB, heeft haar eigen inschrijvingsregels. Zie Wedstrijden lopen in agility in België voor de details. Dat geeft je meer dan een jaar voor de basis, dus maak er goed gebruik van.

Verder lezen