Agility-woordenlijst: termen van A tot Z

2o2o, SCT, ketschker, threadle, tunnel suck? Van schutting tot slalom: alle agilityjargon op één plek uitgelegd, met de Engelse en Franse termen die je in België hoort.

DelenSharePartager
Een border collie komt uit een agilitytunnel
Foto: A. Buser, CC BY-SA 3.0 ch, via Wikimedia Commons

Agility heeft een eigen taal. Of je nu nieuw bent in de sport of een parcoursbriefing volgt in België, waar je dezelfde term in het Nederlands, het Engels en het Frans kunt horen: met deze woordenlijst kun je volgen. Waar Vlaamse handlers de Engelse term gebruiken, staat die als trefwoord. In de andere gevallen vind je de Nederlandse term, met waar nuttig de Engelse (EN) en Franse (FR) term tussen haakjes.

A

Aanloop (EN: approach): de lijn die de hond naar een toestel toe loopt.

Afstandshandling (EN: distance handling): de hond naar toestellen sturen terwijl de handler op afstand blijft.

Afwerpen (EN: knockdown): een fout doordat de hond een lat of een deel van een toestel afwerpt.

Agilityklasse (EN: agility class): een run met contacttoestellen, in tegenstelling tot een jumpingklasse.

B

Back-chaining: een sequentie aanleren door met het laatste gedrag te beginnen, vaak gebruikt voor contacten.

Backside: een sprong nemen langs de kant die van de handler weg wijst, nadat de hond rond de vleugel is gegaan.

Band (EN: tyre; FR: pneu): een ring waar de hond doorheen springt.

Blind cross: een kantwissel waarbij de handler van de hond wegdraait en even het oogcontact verliest.

C

CACIAG: Certificat d'Aptitude au Championnat International d'Agility, een FCI-onderscheiding die je kunt behalen op internationale FCI-wedstrijden.

Categorie (EN: category): de hoogteklasse van de hond: Small, Medium, Intermediate of Large.

Contactzone (EN: contact zone; FR: zone de contact): het gekleurde deel onderaan de schutting, de loopplank en de wip dat de hond moet raken.

D

Diskwalificatie (EN: elimination; FR: élimination): de run telt niet meer mee, bijvoorbeeld na drie weigeringen of een verkeerd parcours.

DSAB: DogSport Agility Belgium, een onafhankelijke Belgische agilityorganisatie die wedstrijden organiseert en de Belgische selecties voor de World Agility Open. Zie Agility in België.

Dubbele pas (EN: double-stepping): een voetenwerkstijl in de slalom waarbij beide voorpoten samen tussen de palen landen.

Dubbele sprong (EN: spread hurdle; FR: oxer): twee hordes vlak achter elkaar, oplopend in hoogte.

E

EO: European Open, het grote jaarlijkse FCI-agilityevenement voor Europese teams.

F

FCI: Fédération Cynologique Internationale, de wereldwijde kynologische organisatie, met zetel in Thuin (België).

Foutloos (EN: clear round): een run met nul fouten binnen de standaardparcourstijd.

Front cross: een kantwissel waarbij de handler vóór de hond kruist en naar hem toe draait.

G

German turn: een draai rond de vleugel van een sprong waarbij de handler aan dezelfde kant blijft. De terminologie verschilt.

H

Handling: de manier waarop de handler de hond leidt met lichaam, beweging en verbale signalen. Zie Agility-handlingtechnieken.

Horde (ook sprong; EN: hurdle; FR: haie): de gewone sprong.

I

IFCS: International Federation of Cynological Sports, die de IFCS World Agility Championships organiseert. VOE is het Belgische lid.

Intermediate: de hoogtecategorie voor honden van 43 tot minder dan 48 cm schofthoogte.

J

Jumpingklasse (EN: jumping class): een run zonder contacttoestellen.

K

Ketschker: een krappe draai rond de vleugel van een sprong, gecombineerd met een kantwissel achter de sprong.

KKUSH: Koninklijke Kynologische Unie Sint-Hubertus (FR: URCSH, Union Royale Cynologique Saint-Hubert), het Belgische FCI-lid. De agilitywedstrijden worden georganiseerd door Sectie 4C. Zie Agility in België.

L

Lead-out: de hond aan de start in een blijf laten en vooruitlopen voor je hem vrijgeeft.

Loopplank (EN: dogwalk; FR: passerelle): contacttoestel dat bestaat uit een smalle plankenbrug van 120–130 cm hoog.

M

MCT (Maximum Course Time, maximale parcourstijd): de tijd waarna de hond gediskwalificeerd wordt.

Meting (EN: measuring): de officiële meting van de schofthoogte van de hond om zijn categorie te bepalen.

Muur (EN: wall; FR: mur): een sprong met een gesloten uitzicht en afneembare bovenste elementen.

P

Parcoursfouten (EN: course faults): fouten op het parcours (afgeworpen latten, weigeringen, gemiste contacten), telkens per 5.

Parcoursverkenning (EN: course walk; FR: reconnaissance): de periode waarin handlers het parcours zonder hun hond verkennen.

Prestatieboekje / licentie (EN: record book / licence; FR: carnet de travail, licence): het wedstrijddocument van de hond, waarin zijn resultaten bijgehouden worden.

R

Rear cross: een kantwissel waarbij de handler achter de hond kruist.

Running contact: een contactgedrag waarbij de hond zonder te stoppen door de contactzone loopt.

S

Schoft (EN: withers): het hoogste punt van de schouderbladen, waar honden gemeten worden.

Schutting (ook A-schutting; EN: A-frame; FR: palissade): contacttoestel van twee hellingen die samenkomen in een top op 170 cm. Zie Alle agilitytoestellen uitgelegd.

SCT (Standard Course Time, standaardparcourstijd): de tijd waarbinnen het parcours afgewerkt moet zijn om geen tijdfouten te krijgen.

Serpentine: een sequentie sprongen op een lijn die de hond heen en weer neemt terwijl de handler aan één kant blijft.

Slalom (EN: weave poles; FR: slalom): een rij van 12 palen waar de hond doorheen slalomt. Zie De slalom aanleren.

Springgymnastiek (EN: grid work): gymnastische springoefeningen met sprongen op vaste afstanden.

Startblijf (EN: start line stay): de hond die aan de start wacht tot hij vrijgegeven wordt.

Strekken (EN: extension): de pas van de hond verlengen om snel terrein te winnen.

T

Threadle: een handlingtechniek waarbij de hond tussen twee toestellen door getrokken wordt en daarna het tweede toestel naar de handler toe neemt.

Tijdfouten (EN: time faults): straf voor het overschrijden van de SCT, één per seconde.

Tunnel (ook buis; EN/FR: tunnel): een flexibele buis met een diameter van 60 cm.

Tunnel suck: de neiging van een hond om een tunnel te nemen in plaats van het bedoelde toestel.

Two-on, two-off (2o2o): een stoppend contact met de achterpoten op de helling en de voorpoten op de grond.

V

Verkeerd parcours (EN: off-course): het verkeerde toestel nemen; leidt tot diskwalificatie.

Verspringen (EN: long jump; FR: saut en longueur): een sprong van 2 tot 4 lage elementen achter elkaar.

Verzamelen (EN: collection): de pas van de hond verkorten om een draai voor te bereiden.

Vleugel (EN: wing): de zijpanelen van een sprong.

VOE: Hondenfederatie V.O.E., een Belgische hondensportfederatie met zetel in Ingelmunster, waarbij veel agilityclubs aangesloten zijn, en het Belgische lid van de internationale federatie IFCS. Zie Agility in België.

W

Weigering (EN: refusal; FR: refus): stoppen voor een toestel, ernaast lopen of een andere foute poging; 5 fouten.

Wip (EN: seesaw; FR: balançoire): het kantelende contacttoestel.

Wrap: een krappe draai rond de vleugel van een sprong.

Verder lezen